Muziektermen

Muziekterm - vertaling - gebruik

A cappella - als in een kapel - gezongen zonder instrumentale begeleiding
A prima vista - op het eerste gezicht - "spelen terwijl je het notenschrift voor de eerste keer ziet, ook wel ""a vue"" (Frans) genoemd"
Accelerando - versnellend - sneller wordend Tempo
Acciaccatura - voorslag - korte voorslag
Accompagnato - begeleid - begeleiding volgt de solist
Adagietto - tamelijk rustig - sneller dan adagio
Adagio - rustig - langzaam, maar sneller dan largo
Affettuoso - gevoelig - gevoelig
Affrettando - gehaast - gehaast wordend
Agitato - geagiteerd - snel en opgefokt
Allegretto - tamelijk opgewekt - minder snel dan allegro
Allegro - opgewekt, levendig - tamelijk snel Tempo
Altissimo - heel hoog - heel hoog
Andante - lopend - wandeltempo
Animato - geanimeerd - geanimeerd
Appoggiatura - voorslag - lange voorslag
Aria - aria - instrumentaal begeleid werk voor solozang (vooral in opera)
Arietta - aria'tje - kleine of korte aria
Arpeggio - harpachtig - gebroken akkoord (noot voor noot)
Assai - aanmerkelijk - voldoende, genoeg
Attacca - aanval - meteen doorspelen (zonder pauze)
Ballabile - dansbaar - zo te spelen dat er goed op te dansen valt
Basso continuo - continue bas - doorlopende bas/klavecimbel arrangement
Battaglia - gevecht - muziek die een gevecht uitbeeldt
Bel canto - mooie stem - Italiaanse opera uit 18e en 19e eeuw
Bergamasca - van Bergamo - boerendans uit Bergamo
Bocca chiusa - gesloten mond - zingen met gesloten mond (hummen)
Bruscamente - bruusk - bruusk
Burletta - grapje - komedie of klucht
Cadenza - cadens - solistische passage, vlak voor het slot
Calando - afsluitend - in kracht verliezend (qua tempo en volume)
Cambiare - wisselen - veranderen (bijvoorbeeld van instrument)
Cantabile - zingbaar - alsof gezongen wordt
Capriccio - grillig - grillige passage
Chiuso - gesloten - afgestopt met de hand (hoorn)
Coda - staart - het slot van een da Capo stuk.
Col arco - met stok - gestreken met de stok
Col legno - met hout - met de achterkant van de stok gestreken
Coloratura - kleuren - uitgebreid versieren van een zangpartij
Comodo - comfortabel - comfortabel tempo
Comprimario - met de eerste - begeleidende rol
Con amore - met liefde - met liefde
Con brio - met vuur - met vuur
Concertino - concertje - solisten groep in het concerto grosso
Concerto grosso - groot concert - de barokke vorm van een concerto
Concerto - concert - werk voor solo instrument met een orkest
Coperti - bedekt - trom met doek afgedekt
Crescendo - aanzwellend - luider wordend
Da Capo - vanaf begin - herhalen vanaf het begin
Dal Segno - vanaf teken - herhalen vanaf het teken
Decrescendo - afnemend - zachter wordend
Diminuendo - verminderend - zachter wordend
Due corde - 2 snaren - met het zachte pedaal op piano
Forte - sterk - luid
Fortissimo - zeer sterk - heel luid
Glissando - glijdend - vloeiend van de ene toon naar de volgende glijden
Intermezzo - tussenspel - kort verbindende passage
Larghetto - tamelijk breed - sneller dan largo
Largo - breed - langzaam en statig tempo
Legato - gebonden - Statig strijkende violen (bijvoorbeeld)
Lento - langzaam - langzaam tempo
ma non troppo - maar niet te veel - als in allegro ma non troppo, snel maar niet te.
Martellato - gehamerd - alsof met een hamer gespeeld (met name op een piano)
Meno Mosso - minder beweeglijk, langzamer - 
Mezzo forte - middel luid - tamelijk luid
Mezzo piano - middel-zacht - tamelijk zacht
Molto - veel - zeer
Opera buffa - vrolijke opera - komische opera
Opera seria - serieuze opera - een serieuze opera met doorgaans een klassiek thema
Opera - werk - drama op muziek voor zang en orkest
Pianissimo - zeer zacht - heel zacht
Piano - zacht - zacht
Pizzicato - getokkeld - snaar met de vingers getokkeld
Poco - een beetje - 
Prestissimo - klaar - zo snel mogelijk
Presto - klaar - snel tempo
Prima donna - eerste vrouw - belangrijkste vrouwelijke zangstem
Più Mosso - beweeglijker, sneller - 
Rallentando - vertragend - 
Ripieno - tutti - begleidingsgroep in het concerto grosso
Ritardando - vertragend - 
Ritenuto - plotseling vertraagd - 
Rubato - vrij in tempo - 
Scordatura - - het anders dan normaal stemmen van de snaren van een viool- of gitaarachtig muziekinstrument
Sonata - geluiden - een compositie in sonatevorm
Soave - - zacht
Staccato - stotend - noot wordt kort en afgezet gespeeld
Staccatissimo - zo stotend mogelijk - noot wordt zo kort en afgezet mogelijk gespeeld
Tempo - tijd - snelheid van spelen
Tempo giusto - juiste tijd - strikt in het het aangegeven, juiste, tempo
Tempo Primo - weer naar het aanvankelijke tempo - 
Tre corde - 3 snaren - opheffing van una corda: het linkerpedaal op de piano loslaten
Tutte le corde - alle snaren - 
Una corda - 1 snaar - met het linkerpedaal op de piano
Vivace - levendig - levendig