Voor in vakantietijd...

De organist

1



2



3



4



Als op een troon gezeten,
Begint hij zijn proloog.
En galmt breed uitgemeten,
Een loflied van omhoog.

Hij laat de stemmen zingen,
En mengt met held?re klank.
Laat ‘t orgel ons omringen,
Aan God gewijde dank.

Trakterend de klavieren
Gesteund door het pedaal.
Uit hemelse vertieren,
Weerklinkt trompetgeschal

Zo schildert hij in kleuren,
Elk lied met zijn palet.
En worden hartedeuren,
Voor ‘t Woord opengezet.

5



6



7



8



Dan juicht hij met de scharen,
En stuwt ten hemeltop.
In zangen die verklaren
God lof naar Sion op.

Tussen hemel en d’ aarde,
Brengt hij een band tot stand.
En schenkt elk lied die waarde,
Met zicht op ‘t Morgenland.

Prestanten en mixturen,
Vermengd met quint en fluit.
Legt hemelse figuren,
In mensenharten uit.

Zijn evangeliseren,
In god dienstbaar zijn.
Om in ‘t preluderen,
Steeds dienaar weer te zijn.

 

Maar zelden had de organist
zich erger dan vandaag vergist
hij liep in pyama door de kerk
'waar is, waar is mijn bovenwerk
en fluit en trom en rombombom
en pompompom dan kom ik om'.
Wel zag hij al die mensen daar
de monseigneur bij het altaar,
en ook de koster - en zijn kat
Jeffrey die zong 't Magnificat -
liep met een schepnet door de kerk
maar nergens was het bovenwerk.
De organist had zich verbaasd
toen eerst maar naar de krant gehaast.
Daar stiet hij plots een bulderlach
'k Heb me vergist, 't is donderdag!!!